Behandeling Pancreasfistels

Introductie Een pancreasfistel is een gevreesde en potentieel levensbedreigende complicatie na pancreatoduodenectomie. De behandeling is door minimaal invasieve drainage of relaparotomie. Het verschil in uitkomsten van deze behandelstrategieën is echter nog niet bekend.

Methode Dit is een multicenter retrospectieve observationele cohort studie in 9 centra van de DPCG. We includeerden alle patiënten met een ernstige pancreasfistel (ISGPF graad B/C) na pancreatoduodenectomie tussen januari 2005 en september 2013. Patiënten werden verdeeld over twee groepen op basis van eerste interventie voor hun pancreasfistel: drainage vs. relaparotomie. Propensity score matching werd toegepast om het effect van selectie bias te minimaliseren. Het primaire eindpunt was mortaliteit, secundaire eindpunten waren onder andere nieuw ontstaan orgaanfalen.

Resultaten Uit 2196 patiënten na pancreatoduodenectomie ontwikkelden 328 patiënten (15%) een ernstige pancreasfistel. Van deze patiënten ondergingen 309 een interventie primair voor de pancreasfistel: 227 patiënten (73%) ondergingen primaire drainage en 82 patiënten (27%) ondergingen primaire relaparotomie. Bij 174 patiënten (77%) werd de pancreasfistel behandeld met drainage alleen (i.e. werden ontslagen zonder relaparotomie te ondergaan). Met propensity score matching konden we 64 patiënten primair behandeld met een relaparotomie succesvol matchen aan 64 patiënten primair behandeld met drainage. Binnen deze groep was mortaliteit significant hoger na relaparotomie (36% vs. 14%; risk ratio [RR] 0.39; 95% betrouwbaarheidsinterval [CI] 0.20-0.75; P=0.007). Ook nieuw ontstaan single- (20% vs. 3%; RR 0.15; 95% CI 0.03-0.60; P=0.007) en multi-orgaan falen (39% vs. 16%; RR 0.40; 95% CI 0.20-0.77; P=0.008) kwam vaker voor na primaire relaparotomie.

Conclusie Dit is de grootste studie naar de behandeling van ernstige pancreasfistels na pancreatoduodenectomie. Deze resultaten laten zien dat primaire behandeling door minimaal invasieve drainage superieur is aan primaire behandeling door relaparotomie, omdat minimaal invasieve drainage geassocieerd is met een lagere mortaliteit.

De resultaten zijn gepresenteerd op de DPCG vergadering, op de E-AHPBA in Manchester en op de EPC in Toledo. Het manuscript wordt geschreven en zal op korte termijn naar de coauteurs gestuurd worden.

Studiecoördinator

Jasmijn Smits; f.j.smits@umcutrecht.nl

Hoofdonderzoekers

Dr. Quintus Molenaar; i.q.molenaar@umcutrecht.nl

Dr. Hjalmar van Santvoort; h.vansantvoort@umcutrecht.nl